Exit tax-dividenden en de afzonderlijke aanslag

Q&A op basis van Circulaire 2026/C/70 en de onderliggende wetsartikelen

1. Waarover gaat circulaire 2026/C/70 juist?

De circulaire licht toe hoe de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 92 moet worden toegepast op bepaalde “exit tax”-dividenden (artikel 18, eerste lid, 2°quater WIB 92), en dan meer bepaald in de gevallen waarin die dividenden niet verantwoord zijn door individuele fiches.

2. Wat zijn “exit tax”-dividenden (art. 18, 2°quater WIB 92)?

Dat is het deel van het maatschappelijk vermogen dat, bij bepaalde exit-verrichtingen, met toepassing van artikel 209 WIB 92 wordt beschouwd als uitgekeerd dividend – maar dan enkel voor zover het gaat om bestanddelen die door de verrichting niet meer in België worden aangewend of behouden.

3. In welke situaties spelen die exit-dividenden?

Deze exit-dividenden komen in beeld bij de verrichtingen vermeld in artikel 210, § 1, 1°, 1°bis en 4° WIB 92, namelijk:

de overbrenging van de voornaamste inrichting of van de zetel van bestuur of beheer naar het buitenland (art. 210, § 1, 4°);

bepaalde (grensoverschrijdende) fusies en splitsingen en daarmee gelijkgestelde verrichtingen (art. 210, § 1, 1° en 1°bis).

4. Wat heeft de programmawet van 18.07.2025 veranderd?

De wet heeft op twee plaatsen ingegrepen. Vooreerst werd in artikel 18 WIB 92 een nieuwe categorie dividenden ingevoerd, namelijk de exit-dividenden van artikel 18, eerste lid, 2°quater. Daarnaast werd artikel 219 WIB 92 aangepast, zodat de afzonderlijke aanslag voortaan ook geldt voor dividenden bedoeld in dat nieuwe artikel 18, 2°quater, wanneer ze niet verantwoord zijn door individuele fiches.

5. Vanaf wanneer gelden de nieuwe regels?

Zowel het nieuwe artikel 18, 2°quater als de wijziging van artikel 219 gelden voor verrichtingen bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, 1°bis of 4° WIB 92 die hebben plaatsgevonden vanaf 29 juli 2025, de datum waarop de programmawet in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

6. Wat is de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 92 in dit kader?

Artikel 219 WIB 92 voorziet een afzonderlijke aanslag van 100% op onder meer bepaalde kosten, voordelen en inkomsten die niet verantwoord zijn door individuele fiches, en daar horen nu dus ook de dividenden bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater WIB 92 bij. Is de begunstigde van het dividend een rechtspersoon, dan daalt dat tarief tot 50%.

7. Waar zat het praktische probleem volgens de administratie?

De wet gaf voorlopig geen duidelijke regels over de ficheplicht specifiek voor deze exit-dividenden. Zo bestond er onduidelijkheid over de vereiste vorm en inhoud van de fiche, over de termijn en de wijze van indiening, en over de sancties die van toepassing zijn wanneer geen fiche wordt ingediend.

8. Wat kondigt de administratie aan?

Er zijn wetswijzigingen in voorbereiding om deze leemtes op te vullen: ze moeten de inhoud van de fiche preciseren, de modaliteiten van indiening vastleggen, en de sanctionering bij niet-indiening verduidelijken.

9. Wat is het standpunt voor verrichtingen van 29.07.2025 tot en met 31.12.2025?

Voor exit-verrichtingen die in die overgangsperiode plaatsvinden, aanvaardt de administratie dat er geen geldige individuele fiche kan worden geëist, zolang de nodige uitvoeringsregels ontbreken. Bijgevolg kan de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 92 niet worden toegepast enkel en alleen omdat er geen fiche voorhanden is. Met andere woorden: voor deze eerste overgangsperiode wordt de 100%- of 50%-aanslag niet toegepast op de exit-dividenden louter wegens het ontbreken van een fiche.

10. Zijn de exit-dividenden dan onbelast in die periode?

Nee. De circulaire stelt uitdrukkelijk dat het exit-dividend van artikel 18, 2°quater WIB 92 belastbaar blijft bij de verkrijger. Die moet het dividend in principe gewoon opnemen in zijn jaarlijkse aangifte – in de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners voor rechtspersonen, naargelang het geval. Wat voor de periode van 29 juli 2025 tot 31 december 2025 dus enkel wegvalt, is de afzonderlijke aanslag bij gebrek aan fiche, niet de gewone belastingheffing bij de verkrijger.

11. Werkt de circulaire de exit-tax zelf inhoudelijk uit?

Nee. De circulaire behandelt niet de inhoudelijke berekening of toepassing van de exit-taxregels van de artikelen 209 en 210 WIB 92 zelf. Ze beperkt zich tot de link tussen de exit-dividenden van artikel 18, 2°quater en artikel 219, en tot de ficheproblematiek met de tijdelijke administratieve tolerantie die daaruit voortvloeit.

12. Wat is de kernboodschap in één zin?

Voor “exit tax”-dividenden in de zin van artikel 18, 2°quater WIB 92 wordt de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 92 – wegens het ontbreken van een uitgewerkte ficheplicht – niet toegepast voor verrichtingen tussen 29 juli 2025 en 31 december 2025, maar deze dividenden blijven wel gewoon belastbaar bij de verkrijger volgens de normale regels.

 

Gebaseerd op Circulaire 2026/C/70 over de toepassing van de afzonderlijke aanslag in het kader van de ‘exit tax’, en op de artikelen 18, 209, 210 en 219 WIB 92.